Antibiotica zijn niet langer het wondermiddel tegen infectieziekten.
Boek : De sluipende pandemie – Rinke van den Brink
Over toenemende antibioticaresistentie, falende zorgsystemen
Rinke van den Brink bespreekt oorzaken, ongelijkheid in toegang tot antibiotica, initiatieven voor nieuwe medicijnen, mogelijke alternatieven en de invloed van klimaatverandering en corona, met inzichten van tientallen experts. Boek “De sluipende pandemie” bestellen bij Bol.
Steeds meer bacteriën worden ongevoelig voor de werking van antibiotica. De groeiende resistentie vormt een serieuze bedreiging voor de volksgezondheid, concludeert Rinke van den Brink in zijn nieuwe boek De sluipende pandemie.
In grote delen van de wereld wordt antibiotica veel te veel, en onjuist gebruikt (te veel, te kort, niet juiste middel). Daardoor worden bacteriën ongevoelig voor antibiotica. Met al gevolg dat als je een infectie hebt je veel meer de kans loopt dat die niet meer te bestrijden is.
Ook de dierenwereld speelt een rol. Bij veeteelt wordt veel antibiotica preventief gebruikt. In de VS wordt zowel bij mens als dier bij elk wissewasje door artsen antibiotica voorgeschreven, waarbij het niet uitmaakt of niet bekend is of de oorzaak een virus of bacterie is. Wat onzinnig is, want tegen virussen werkt antibiotica niet, en heel veel kleine klachten genezen vanzelf zonder antibiotica.
De wetenschappelijke belangstelling voor de medische toepassing van bacteriofagen groeit. Bacteriofagen of fagen zijn kleine virussen die bacteriën kunnen doden. Niet elke bacterie, maar heel specifiek de bacterie of het subtype waartoe ze evolutionair behoren. Sinds het begin van het leven op aarde zijn bacteriën en bacteriofagen in een race met elkaar verwikkeld. De fagen proberen de bacteriën te doden, de bacteriën proberen zich resistent te maken tegen de fagen, die op hun beurt proberen de bacteriële afweermechanismen te omzeilen.
Aan het einde van de 19e eeuw werd het gunstige effect opgemerkt van bacteriofagen, wat kleine virussen bleken zijn. Bacteriofagen maakten opmars in Oost-Europese landen, met name Georgië en Rusland, destijds beide onderdeel van de Sovjet-Unie. Veel belangrijke wetenschappers die onderzoek deden naar fagen, overleefden de terreur van Stalin niet.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren bacteriofagen van groot belang voor het Rode Leger, dat geen penicilline had. In het Westen stopte de belangstelling ervoor met de ontwikkeling van penicilline en andere antibiotica. Pas in deze eeuw kregen de weinige volharders van de naoorlogse periode gedreven opvolgers die bacteriofagen en hun medische toepassing weer op de kaart zetten. Belgische artsen en onderzoekers hebben hierin een leidende rol gespeeld en spelen die nog steeds.

